Annemarie Jongbloed
Het regent ganzen is een boek over meidenvenijn en liefde voor de natuur.
Papa is nergens bang voor. Ik wel. Voor mijn gedachten aan het waterkanon op de snelweg en wat er daarna gebeurde met papa. Die gedachten haat ik. Net als de pestkinderen in mijn klas. En de wekker. Vooral haat ik de wekker. Als die gaat, moet ik naar school.
Lian heeft echt geen zin in het schoolkamp, 24 uur per dag met die rotmeiden op een camping ... Natuurlijk gaat het precies zoals Lian al verwachtte. Maar er zijn ook onverwachte gebeurtenissen.
Zo ontdekt Lian een kraaienkooi:
‘Maar waarom vangen jagers kraaien?’ vraagt Simon.
‘Ook kraaien eten van het veld van de boeren,’ zeg ik. ‘Als de jager straks komt, vermoordt ze deze kraaien.’ Ik stap naar voren en wapper met mijn handen naar de kraaien om de kooi heen: ‘Ksst! Weg! Ga niet in de kooi!’ Verschrikt vliegen de vogels weg. Maar de gevangen kraaien fladderen onrustig tegen het gaas.
‘We moeten ze bevrijden,’ zeg ik tegen Simon.
Een rimpel verschijnt in Simons voorhoofd: ‘Ja, maar hoe?’

